Skip to content

19. Noodwet

Share on twitter
Share on facebook
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp

Door: Mr. Jeroen Pols, viruswaarheid

Minister De Jonge stuurde vandaag het herziene wetsvoorstel waarmee de COVID-19-maatregelen vastgelegd worden naar de Tweede Kamer. De vergaande grondrechtsbeperkingen in de eerste consultatieversie van de “Nieuwe Normaal”- wet veroorzaakte vorige maand veel onrust. Dit weerhoudt De Jonge niet van een tweede poging: in de aangepaste versie ontbreekt de bevoegdheid voor politie en handhavers om woningen binnen te dringen. Ook wordt de app in een aparte regeling vastgelegd. Voor het overige is er weinig veranderd: ook met deze wet wordt de rechtsstaat afgeschaft. De minister krijgt alle instrumenten om de samenleving met het op- en afschalen van maatregelen in een toestand van constante stress en vrijheidsbeperkingen te houden.

De 105 pagina’s tellende toelichting doet voorkomen alsof deze wet bijdraagt aan een democratische en grondrechtelijke versterking. Ook het overdadig gebruik van de begrippen als proportionaliteit en noodzakelijkheid moeten kennelijk de indruk wekken dat hier zorgvuldig met onze grondrechten omgegaan wordt. Maar niets is minder waar. De wet is een gedrocht dat in een democratische rechtsstaat geen plaats heeft.

Bevoegdheden minister
De kern van de wet blijft, net als in de noodverordeningen, het verbod om binnen een veilige afstand tot medemensen te komen. Een maatregel die ons in menselijk, sociaal en psychisch opzicht deformeert. Ook economisch is deze maatregel catastrofaal. De minister kan deze afstand overigens aanpassen zodat in de toekomst de sociale afstand ook naar twee meter kan opschuiven. Verder heeft de minister een bijna onbeperkte bevoegdheid om naar goeddunken groepsvorming te verbieden, publieke plaatsen te sluiten, het uitoefenen van bepaalde beroepen te verbieden, winkels en bedrijven te sluiten, de bezettingsgraad van hotels en pensions te bepalen dan wel deze te sluiten. Maar ook kan de minister bezoek verbieden in verpleeghuizen, vormen van vervoer verbieden en scholen en kinderopvang sluiten.

De minister heeft verder nog een vangnetbepaling opgenomen waarmee het arsenaal met aanvullende maatregelen uitgebreid kan worden. De wet geeft de mogelijkheid een groot scala aan grondrechten te beperken.

Grondslag wet
Wat opvalt is dat de grondslag van de wet in de toelichting ontbreekt. Tussen de regels door is te lezen dat het hier kennelijk gaat om een wettelijke regeling voor een uitzonderlijke situatie. Een verwijzing naar artikel 103 Grondwet, de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag en de Coördinatiewet, ontbreekt echter. De bepalingen worden ondergebracht in een tijdelijk hoofdstuk Va Wet publieke gezondheid. Het ontbreken van verwijzingen naar noodwetgeving wekt bijna de indruk alsof we hier te maken hebben met een gangbare wet. Dat is echter niet het geval. 

Epidemie
In de toelichting wordt gesproken van een “epidemie”. Een pandemie wordt veroorzaakt door een ziekteverwekker die nog nooit of al een heel lange tijd niet meer gewoed heeft, waardoor er geen of een verminderde weerstand voor is. Een epidemie is een ziekte die in een grotere frequentie voorkomt dan normaal. Zeer opvallend is dus dat we volgens de minister niet meer met een pandemie te maken hebben.

Succes maatregelen
De minister meent dat de eerste golf van infecties goed bedwongen is. Tevens is hij van mening dat de verspreiding van infecties, voor nu, maximaal onder controle gekregen is. Dit zou blijken uit de cijfers. De gevolgde redenering is kennelijk dat het virus na het invoeren van de maatregelen is verdwenen. Wellicht beschouwt de minister dat zelfs als zijn verdienste. Dit is echter een vorm van monocausaal denken, waarbij causaliteit en correlatie door elkaar worden gehaald. Tot op heden ontbreekt namelijk iedere vorm van wetenschappelijke onderbouwing voor het gevoerde beleid.

Dat dit soort virussen meestal seizoensgebonden zijn, ontgaat de minister mogelijk: de dreiging is er nog en het grootste deel van de bevolking zou nog vatbaar zijn voor infectie met het virus. Enige wetenschappelijke onderbouwing van deze stellingen ontbreekt.

Noodzaak wet
Volgens de minister is voor het bestrijden van deze zogenaamde epidemie een solide wetgeving nodig. De noodverordeningen zijn namelijk niet geschikt om op lange termijn deze maatregelen te legitimeren. Een deugdelijke onderbouwing van de noodzaak van deze wet ontbreekt echter. Een wet met bevoegdheden om grondrechten vergaand te beperken is namelijk uitsluitend mogelijk bij grootschalige rampen.

De wet is volgens de minister noodzakelijk vanwege de ernst en de gevolgen van de ‘epidemie’ die bijzonder indringend zijn. Hij stelt dat de ziekte covid-19 luchtwegklachten veroorzaken en in ernstige gevallen ademhalingsproblemen. Ook kunnen mensen ernstig ziek worden en overlijden ten gevolge van het virus dat zich zeer snel kan verspreiden. De minister is echter allerminst overtuigend. De omschrijving die de minister geeft, past ook bij een griepvirus. Waarom voor het COVID-19-virus de hele samenleving in een soort oorlogstoestand gehouden moet worden, is niet duidelijk. Onlangs heeft de minister nog bevestigd dat de sterftekans bij besmetting met COVID-19 beduidend lager is dan bij de griepepidemie van 2017 en 2018.

Ook het argument van de minister dat het aantal ziekenhuisopnames, de opnames op de intensive care en de cijfers van de oversterfte tijdens deze eerste periode, deze wet kunnen rechtvaardigen, is ongegrond.

Noch het aantal ziekenhuisopnames, noch de oversterfte overstijgt epidemieën uit het verleden. De vraag is of er überhaupt over het jaar genomen sprake zal zijn van oversterfte. Daarbij heeft het RIVM bevestigd dat COVID-19 voor 98% van de positief geteste personen geen gevaar vormt.  COVID-19 zelf is geen ramp, de maatregelen geven wel aanleiding die term in de mond te nemen.

Proportionaliteit en subsidiariteit
De minister wijdt nog een flinke paragraaf aan de proportionaliteits- en subsidiariteitseisen, met een bezwering dat hij bij het nemen van maatregelen altijd een afweging zal maken. Ook deze belofte kan niet overtuigen: sinds het ingaan de maatregelen in maart, heeft de minister nagelaten een analyse van de proportionaliteits- of subsidiariteitsafweging te tonen. Dit terwijl de maatschappelijke, sociale, menselijke en economische schade nauwelijks te overzien is. Het aantal doden als direct en indirect gevolg van de maatregelen overstijgt naar verwachting exponentieel het aantal geredde levens.

Overigens dient een proportionaliteits- en subsidiariteitsanalyse voor de wet zelf gemaakt te worden en niet alleen bij het uitoefenen van de bevoegdheden. Ook die ontbreekt.

Tijdelijkheid
De wet, en daarmee dan ook de daarop gebaseerde maatregelen, vervalt in beginsel zes maanden nadat de wet in werking is getreden. Omdat het volgens de minister niet duidelijk is hoe de verspreiding van het virus zal verlopen en evenmin bekend is wanneer een vaccin beschikbaar komt, kan de wet met drie maanden verlengd worden bij koninklijk besluit, dat een week vooraf ter kennis gegeven wordt aan de Eerste en Tweede Kamer. De tijdelijkheid is daarmee een permanente tijdelijkheid die tot in de lengte van dagen verlengd kan worden. Let op: er is hier sprake van een kennisgeving. Het parlement hoeft dus niet te stemmen. De volledige macht ligt bij de minister.

Strafbaarheid
Enerzijds schrijft de minister dat de Nederlandse samenleving een enorme wilskracht heeft getoond om de volksgezondheid te beschermen en wordt er een beroep gedaan op ieders eigen verantwoordelijkheidsgevoel: zo moeten we het virus met elkaar onder controle houden. Hoe eigen verantwoording samengaat met een waaier van strafbepalingen, maakt de minister niet duidelijk. In de toelichting komt het woord ‘boete’ maar liefst 94 keer voor.

Op de meeste overtredingen staat een boete van 435 euro. Dit boetebedrag sluit volgens de minister aan bij overtredingen als verstoring van de openbare orde door samenscholing en acht dit een passend boetebedrag. Deze boetes kunnen oplopen tot 4.350 euro en drie maanden hechtenis.

De minister maakt een uitzondering voor onze kinderen: die krijgen ‘slechts’ een boete van 95 euro en kunnen naar een HALT-traject gestuurd worden. Het is aan ons ouders om onze kinderen uit te leggen dat zij gestraft worden omdat zij te dicht bij hun vriendjes in de buurt kwamen.

Conclusie
De kernvraag waarom dit wetsvoorstel überhaupt opgesteld is, blijft onbeantwoord. Dergelijke bevoegdheden zijn voorbehouden voor zeer uitzonderlijke noodsituaties. Niet om een virus onder controle te krijgen dat in termen van schadelijkheid of dodelijkheid vergelijkbaar is met de griep. Virussen, in welke vorm dan ook, krijgen we al duizenden jaren onder controle. Ook zonder de hulp van minister De Jonge.

Het argument dat we niet weten wat er misschien allemaal kan gaan gebeuren, kan evenmin een grond zijn voor dit wetsvoorstel. Met deze redenering kunnen wij immers in een permanente noodsituatie gaan leven. De Spanjaarden zijn ons honderden jaren geleden binnengevallen. We gaan niet alvast een noodsituatie inroepen voor het geval dit nog een keer gebeurt. Daarbij heeft ook de eerste golf van COVID-19 niet geleid tot een onbeheersbare situatie.

Afgaande op de overtuigende cijfers is het inmiddels een feit gebleken dat de maatregelen allang ingetrokken hadden moeten zijn.

Wij hebben het recht om met rust gelaten te worden door de overheid. In mijn optiek wordt de bevolking door deze regering gecriminaliseerd en geterroriseerd.

De regering gebruikt het virus om de rechtsstaat en onze grondrechten af te schaffen.

Een regering die dit doet, behoort haar ontslag in te dienen.

Wat ons betreft vandaag nog!

Bronnen:
Wetsvoorstel 

Memorie van Toelichting

Advies RvS en nader rapport

Rechter bevrijdt Zuid-Afrika van COVID-19-regime

 

“Geen pandemische uitzondering op fundamentele mensenrechten”

Door mr. Jeroen Pols

Rotterdam – 5 juli 2020 – Het Zuid-Afrikaanse hof van beroep in Pretoria veegt met haar uitspraak van afgelopen dinsdag alle coronamaatregelen van tafel. Zuid-Afrika is na drie maanden bevrijd van grondrechtinperkingen in een omvang die het land sinds het einde van de Apartheid niet meer heeft gekend.  “De door de grondwet gewaarborgde individuele rechten verdwijnen immers niet tijdens een crisis op het gebied van de volksgezondheid”, aldus rechter N. Davis in zijn oordeel. Er is geen hoger beroep toegelaten tegen de uitspraak.

De rechter tilt in zijn uitspraak zwaar aan het ontbreken van elke proportionaliteits- en subsidiariteitstoets van de maatregelen. De Zuid-Afrikaanse grondwet vereist namelijk dat een assessment gemaakt wordt van de evenredigheid in van het belang en de gevolgen van de inperking van grondrechten. Daarbij moet onderzocht worden of het beoogde doel ook met minder ingrijpende middelen bereikt kan worden.  “Een zorgzame staat die levens wil redden en een zorgvuldige analyse doorvoert, zou gekozen hebben om te focussen op de meest kwetsbare mensen met onderliggende gezondheidsproblemen en zwakke immuunsystemen zoals ouderen”, aldus Davis.

Grondrechten ook tijdens noodtoestand beschermd

Het vonnis benadrukt dat de rechterlijke noodzaak om de inperking van fundamentele rechten tijdens deze COVID-19-crisis te corrigeren, zich niet beperkt tot Zuid-Afrika. De rechter wijst in het bijzonder naar de uitspraak in Wisconsin waar de gouverneur met noodverordeningen een algemeen reisverbod en tal van bedrijfstakken sloot en daarmee de grenzen van haar bevoegdheden overschreed. De rechter daar benadrukte dat de door de grondwet beschermde individuele mensenrechten altijd van kracht zijn en deze te allen tijden de bevoegdheden van de regering beperken. “Er bestaat geen pandemische uitzondering op de fundamentele vrijheden die door de grondwet zijn gewaarborgd”, aldus de rechter. Davis wees erop dat de grondwet bepaalt op welke wijze tijdens een noodtoestand rechten beperkt kunnen worden en op welke wijze het parlement dit controleert. Deze weg  heeft de Zuid-Afrikaanse regering niet bewandeld.

Identieke situatie in Nederland

In het kort geding van Viruswaanzin tegen de Nederlandse Staat zijn identieke gronden aangevoerd tegen de noodverordeningen. De regering heeft nimmer onderbouwd welke belangenafwegingen gemaakt zijn tussen de gevolgen van de desastreuze maatregelen en het doel. Ook is nooit een onderbouwing gegeven of er minder ingrijpende alternatieve scenario’s  in overweging genomen zijn.

Net als in Zuid-Afrika beperkt de minister middels noodverordeningen op ongekende schaal de grondrechten van de bevolking. Een wettelijke grondslag ontbreekt. De Grondwet bepaalt ook hier op welke wijze grondrechten tijdens een noodtoestand beperkt kunnen worden. Deze mogelijkheid is door de minister genegeerd. Tijdens het kort geding heeft de Nederlandse Staat geen verweer gevoerd op deze onderdelen. Gehoopt mag worden dat de rechter hier de wijsheid van Davis evenaart.

Meer lezen:

JUDGMENT-IN-LEAVE-TO-APPEAL-OF-MINISTER-OF-COGTA-v-REYNO-DAWID-DE-BEER-ANOTHER (1)

 

Dit gaat niet de goede kant op: veiligheidsregio’s krijgen nog meer macht! ‘Zij besturen nu ons land’


Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen. Bron: Screenshot NOS-NTR.
Door Bart Reijmerink 20 augustus 2020

De afgelopen weken zagen we een radicale ommezwaai in de aanpak tegen het coronavirus: van een centrale aanpak naar een regionale aanpak. Maar is dit wel de gewenste oplossing? Experts vrezen dat er te veel macht naar de veiligheidsregio’s gaat, wat hen voor redelijk lange tijd de machtigste factor van bestuurlijk Nederland maakt. Moeten we ons zorgen maken?

Hoogleraar staatsrecht Wim Voermans ziet het met lede ogen aan, bestuurlijk Nederland wordt in vrij korte tijd radicaal omgebouwd. De uitwerking van dit plan kan gevolgen hebben voor vrij lange tijd. In feite wordt onze grote vriend Bruls een van machtigste mannen van Nederland door al deze noodverordeningen.

Ook andere hoogleraren zijn kritisch over de tal van nieuwe verworvenheden van de veiligheidsregio’s in Nederland. Iedereen heeft het, terecht, over de spoedwet, maar dit soort ontwikkelingen zijn even zorgelijk.

“Normaal werkt dit goed, maar deze crisis duurt nu wel heel lang”, zegt hoogleraar Regionaal Bestuur Marcel Boogers van de Universiteit Twente. “Je geeft daardoor lang ingrijpende bevoegdheden aan voorzitters zonder dat ze daar democratische verantwoording tegenover staat. In de Tweede Kamer wordt er nu tot op zekere hoogte vrij gedebatteerd. Regionaal is dat niet mogelijk, en dat dat is gek.”

Zonder dat het gros van de mensen het door heeft staat onze democratie toch op het spel. Is dit de weg die we willen inslaan? Of het de beste manier is om het virus te bestrijden is nog maar de vraag, ondertussen zien we dat onze democratie beetje bij beetje wordt aangetast.

Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

Deel deze map;

Share on twitter
Share on facebook
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp

© Copyright 2020. All Right Reserved, by Dutchpatriots